Bezit u een Tonijnfabriek?



Een verrassende vraag, maar als u deze met “ja” beantwoordt heeft u een behoorlijk probleem: als u open wilt communiceren kunt u beter geen Tonijnfabriek bezitten. 
Een Tonijnfabriek is een smerige aangelegenheid, waar massa’s bedreigde dieren fabrieksmatig worden gefileerd door onderbetaalde arbeiders die 12 tot 16 uur per dag in een stinkende ruimte een product maken dat straks voor minder dan een euro in blik te koop is in uw lokale supermarkt. Met recht een uitdagende casus om eerlijk te zijn, zeker als een cameraploeg van de BBC (Blood, Sweat And Takeaways) door het bedrijf wordt ontvangen.

Eerlijk in de derde wereld

Het gaat de leiding van de fabriek wonderwel goed af om open te communiceren. Vanuit de positie van de werknemers in een derde wereldland is de fabriek namelijk een goede werkgever. De medewerkers moeten hard werken, er is een stevige competitie en de slechte medewerkers worden ontslagen, maar de fabriek is de grootste werkgever in de omgeving en de medewerkers verdienen gemiddeld 50% meer dan de andere inwoners van de stad. Er is een gezondheidsplan en zelfs een plan om de kinderen van de medewerkers naar school te kunnen laten gaan. In ruil voor die faciliteiten verwacht de directie dat de medewerkers zes dagen per week heel hard werken.

Eerlijk achter mijn TV

Kijkend naar een blikje tonijn en de reportage van BBC over de manier waarop dit blik bij mij kwam ben me niet helemaal gerust. Ik heb, als modern bewoner van de eerste wereld, een ander normbeeld dan de producenten in het verre oosten. 
Ben ik nu hypocriet?
Waarschijnlijk wel, en met mij de grote meerderheid van de potentiële afnemers van de blikjes tonijn. In de rapportage is er veel aandacht voor de slechte huisvesting van de werknemers en het ontbreken van sanitaire voorzieningen, waardoor de compound ruikt naar uitwerpselen en dooie tonijn. Het is de kant van de productie die ik als consument liever niet zie.

Eerlijk kijken naar de afnemers

De directie van de fabriek zorgt goed voor haar personeel en maakt een cruciale fout. Door onvoldoende aandacht te hebben voor het wereldbeeld van de afnemers in Europa loopt ze het risico klanten te verliezen. Door de werknemers minder te betalen, te zorgen voor beter sanitaire voorzieningen en hun mensen minder uren te laten werken ontstaat een veel vrolijker beeld van de fabriek. Dat dit voor de werknemers misschien minder voordelig dan de bestaande situatie, maar wij kunnen zorgeloos consumeren.

Deze casus is een bijzonder voorbeeld van de sociale component van open communiceren. Naast de bekende elementen van open communicatie voegen we hier sociabiliteit toe. En dan wordt open communicatie bijna een politiek statement. We maken het niet gemakkelijker.
Dus morgen zet ik mijn sociale gevoel uit en presenteer ik mijn gezin een mooie tonijnsalade.